Verhalen

Een selectie van verhalen die Marjet in de loop der jaren schreef.

Zeemeeuwen

Het was eigenlijk maar een klein pijpenlaatje. Als alle tafels bezet waren konden de gasten zich slechts met moeite door de ruimte bewegen. En toch bleven ze komen. Terwijl ze vanaf de straat konden zien dat er geen plek meer was. Ze duwden de voordeur open, die zolang zij het zich kon heugen al klemde, kwamen even op adem en schoven dan het zware gordijn open. Vervolgens ondernamen ze, vaak met z’n tweeën, de tocht naar de bar achterin de zaak. Daarbij botsten ze tegen tafels, schopten tegen stoelen zich ondertussen aan de lopende band excuserend. Achterin de zaak waren ze niet te beroerd om ze nog even aan de praat te houden. Daarna gebeurde het onvermijdelijke. De terugweg naar de voordeur. Behalve natuurlijk bij vaste gasten. Daarvoor was altijd plaats.

Meestal kwam ze om een uur of vier. Dan was de drukte van de lunch voorbij en was het nog te vroeg voor de borrel. Ook vandaag was ze er. Op haar favoriete plek bij het raam. Nippend aan een glaasje port keek ze tevreden naar buiten. De oude kastanjes kregen al gele plekken en drupten van de regen. Het was bijna herfst. Ze keek terug op een geslaagde zomer.

Die was al begonnen in mei. Warmer dan toen was het zelfs niet meer geworden. Iedereen was blij dat de lange winter voorbij was. De stad en de badplaats verheugden zich op wat komen ging. Maar met de aankondiging van de zomer, deed zich een oud probleem voor. Het begon met een klein berichtje in de stadskrant. Sinds er geen dagelijks nieuwsbulletin meer was, vervulde deze krant die voor drie kwart gevuld was met reclame een belangrijke functie met een groot publiek. De serieuzere weekkrant nam het bericht over en daarna was het hek van de dam. De sluizen gingen open en wekenlang ging het nergens anders over. Terwijl er toch heus zaken speelden die het meer waard waren om je over op te winden. Ook in deze welvarende stad waren voedselbanken gesticht. Bevonden zich straten waar vrouwen niet welkom waren in de café’s. Werden vriendelijke jongemannen spontaan in elkaar geslagen zonder opgaaf van redenen. Beraamden politici in achterkamertjes vreemde plannen en smeedden ze curieuze coalities. Toch was dat niet waar het publieke debat aan het begin van deze zomer over ging.

Het wordt tijd onze hoofdpersoon nader te introduceren. Paula des Tombes. Sinds haar geboorte inwoonster van deze schone stad. Paula kan terugkijken op een rustig leven. Het heeft haar aan niets ontbroken. Dat lijkt een voorrecht, maar is het niet in alle gevallen. Juist degenen die alles lijken te hebben, streven naar meer. Meer kan altijd. Het is maar welk perspectief je hanteert. Paula’s broer bijvoorbeeld was een ambitieus man. Zijn gedrevenheid heeft hem veel opgeleverd. Een huis in Nice, een appartement in NY, een landgoed in de Betuwe. Maar genoeg was nooit genoeg. Hij gokte en verloor. Hij bewoont nu een etage in het familiehuis aan een rustige straat in de mooie wijk waar hij en zijn zuster zijn opgegroeid.

Paula heeft het anders aangepakt. Je zou kunnen zeggen dat ze nauwelijks heeft bewogen. Zelfs bij nadere inspectie is er niet iets te vinden waartoe ze zelf het initiatief heeft genomen. Het leven overkwam haar. De indruk moet niet ontstaan dat Paula ontevreden of onbevredigd is. Buitenstaanders die met zogenaamd objectieve maatstaven het leven van Paula beschouwen, zouden kunnen denken dat ze veel heeft gemist. Het tegendeel is het geval. Paula is intens tevreden. Niets doen heeft haar vrede en rust gegeven. Van jongs af aan.

Ook is Paula geen vreemde vrouw geworden. Zo’n vrouw die we allemaal weleens zien lopen. Die meteen ons mededogen opwekt. Zo’n vrouw waarvan we vermoeden dat ze een niet verwerkte scheiding achter de rug heeft, die geen compensatie heeft gevonden voor haar onvruchtbaarheid, die tot op hoge leeftijd voor een kreng van een moeder heeft moeten zorgen. Driewerf nee. In tegenstelling tot velen van ons, had Paula geen wensen of verlangens die haar uit haar evenwicht konden brengen.

Tegenwoordig willen mensen zo graag genieten van kleine dingen. Een bloem die bloeit. Een vogeltje dat zingt. Voor sommigen van ons betekent slagen in het leven een mooi huis, een fijn bootje, een vakantiehuis in Toscane en drie lieve kinderen op het VWO. Pas daarna komen we eraan toe om ook de kleine dingen te zien. Meestal lukt dat dan niet meer. Bij Paula was deze eigenschap niet aangeleerd, maar aangeboren. Of, misschien een betere uitleg, het was Paula niet afgeleerd.

In het grote huis aan de stille straat in de lommerijke buurt lieten Paula’s ouders haar met rust. Dat wil niet zeggen dat ze kleine Paula verwaarloosden. Bij de opvoeding van de jeugd van tegenwoordig is aandacht alles. Beweegredenen, aandacht en actie. Voor de ouders van Paula hadden deze begrippen geen betekenis. Waarom Paula iets wel of niet wilde of deed hield ze niet bezig. Ze beschouwden haar wel, maar analyseerden haar niet. Ze keken naar haar zoals naar een sterke plant. Af en toe krijgt die wat water, maar verder redt die het wel. Zo groeide Paula onbevangen en onbeoordeeld op tot de vrouw die net een klein hapje neemt van haar hete bitterbal zittend aan haar geliefde tafeltje in het oude café-restaurant.

Een opvallende vrouw met een heldere oogopslag en grijze, strak in een paardenstaart gekamde haren. Omdat ze eerder mager was dan slank, deed ze denken aan een gepensioneerde balletdanseres, aan een balletlerares. Die indruk werd nog versterkt door haar kleren. Ze had de gewoonte zich geheel in het wit of lichtgrijs te kleden. Ook in de winter. Daardoor kreeg ze bovendien iets van een grijze duif of een zeemeeuw. Hoewel dat laatste wellicht wat vergezocht is.

Het is belangrijk het niets doen van Paula niet te verwarren met passiviteit. Dat ze geen overmoedige plannen maakte, geen overdreven ambities koesterde, geen blinde dadendrang had, betekent niet dat ze nooit in actie kwam. Als het nodig was kon ze wel degelijk handelen. Van jongs af aan kon ze slecht tegen onrecht, bedrog en geweld. En zo nu en dan greep ze in.

Omdat in beweging komen niet haar gewoonte was, kostte het de nodige moeite. Het waren de enige momenten in haar leven dat ze wakker lag, buikpijn had van de zorgen, geen trek in eten. Ze beraamde plannen, piekerde, wikte en woog. De doorslag gaf het slachtoffer. Meestal hulpeloos en reddeloos zonder haar. Onmondig in de strijd tegen onzichtbare krachten die over onuitputtelijke bronnen beschikten. Vooral dieren mochten zich verheugen in haar aandacht. In de loop van de jaren had ze geleerd dat het niet alleen de liefde voor de zwakke was die haar dreef. De bevrediging die succesvol handelen haar bracht had niets met een ander te maken, maar alles met haarzelf. Deze kennis zorgde ervoor dat ze nog langer nadacht voor ze een goede zaak adopteerde. Het was zeker vijftien jaar geleden dat ze ergens voor op de bres was gesprongen. Tot deze zomer.

Het leek alsof de vogels er dit jaar vroeg bij waren. Ze zat op haar overdekte balkon en luisterde naar de geluiden. Achterin de diepe tuin stond een grote beuk die binnenkort rood zou kleuren. In de aangrenzende tuinen stonden hoge berken en kastanjes. Met haar geoefende oren hoorde ze verschillende zangvogels hun fraaie liederen zingen. Boven alles uit hoorde ze de meeuw. Meeuwen waren er in soorten en maten en allemaal maakten ze andere geluiden. Deze meeuwen krijsten oorverdovend. Als ze haar ogen sloot zouden het net zo goed scherp huilende babies, een kudde agressief blaffende jonge honden of nasaal schreeuwende katten kunnen zijn die overvlogen. Kippenvel kreeg ze er van. En zij niet alleen. De halve stad kwam in opstand.

In de loop van de zomer bleek het nog veel erger te kunnen. De meeuwen waren overmijdelijk en alom aanwezig. De bewoners van het deel van de stad dat grensde aan de zee probeerden zich tevergeefs te beschermen. Opengerukte vuilniszakken lagen her en der op straat, kleine kinderen konden niet meer onbeschermd buiten spelen, auto’s raakten ernstig beschadigd, mensen werden humeurig en ongelukkig omdat ze ’s nachts niet meer konden slapen. De situatie leek onhoudbaar.

Zo niet voor de gemeenteraad van deze stad. Het overgrote deel van de vertegenwoordigers van de bevolking had niet het voorrecht om in de comfortabele buurten te wonen waar het meeuwenleed zich concentreerde. Op zijn best stonden ze er neutraal tegenover. Waarschijnlijker was dat ze zich stiekem verheugden over de situatie. Hadden deze rijkelui niets anders om zich zorgen over te maken? Dit was de kans waar ze al lang op hadden gewacht. Al snel bleek dat in de raad een meerderheid ontstond om de arme, kwetsbare zeemeeuwen te beschermen tegen inwoners die het vooral met zichzelf bezig waren. Hoewel de dierenpartij maar twee zetels bezat, had deze argumentatie binnen de kortste keren de hele raad overtuigd.

Paula hield zich afzijdig van het geruzie en de drukte. Zij merkte alleen dat naarmate de zeemeeuwen oprukten, de kleine zangvogels zich meer en meer terugtrokken. Tevergeefs lag ze ’s nachts te wachten op de geluiden van de struikrietzanger, de tjiftjaf, de fluiter, de fitis en de mus. Ze sliep slecht en ook overdag kon ze haar draai niet vinden. De meeuwen liepen over het dak van het huis. In iedere ruimte van het huis bevond zich een open haard die via het rookkanaal met het dak in verbinding stond. Zo kon ze ook binnen nergens ontsnappen aan het woedende schreeuwen.

Langzaam rijpte in het hoofd van Paula het idee dat handelen noodzakelijk was. De missie was onmiskenbaar. De slachtoffers waren machteloos en de autoriteiten weigerden ze te beschermen. De middelen waren lastiger te bedenken. Eén voor één verwierp ze de ideeën als te dieronvriendelijk, te opvallend of te weinig effectief. Een film op televisie over agressieve vogels die het leven van de boeren in het Noorden van Australië onmogelijk maakten, bracht uitkomst. Ze zou de meeuwen vermoorden met giftig zaad.

Het had veel energie gekost. Ze wilde de operatie met ijzeren discipline en volgens een strak schema uitvoeren. Geen straat ontsnapte aan haar aandacht. Al snel begon ze resultaten te zien. Op verschillende plekken in de stad lagen dode meeuwen. De kranten schreven over een geheimzinnige ziekte. De bewoners kon het niets schelen zolang de gemeente de kadavers snel opruimde. En zo geschiede.

Paula onderdrukte gevoelens van triomf die ze niet vond passen. Ze dacht aan de zangvogels die volgend jaar vast haar tuin weer zouden bevolken en nam nog een klein slokje port.